Pers | Raskattenwijzer

Erfelijke aandoeningen bij de Pers

Vanwege de vele erfelijke aandoeningen en de uiterlijke kenmerken van de Pers (die het welzijn aantasten) is het af te raden deze kat aan te schaffen. Problemen zijn grotendeels terug te voeren op de extreem platte kop (brachycephaal). Denk daarbij aan problemen als benauwdheid door een te nauwe neus, continu tranende ogen, afwijkende gebitsstand en problemen bij de geboorte (dystocia). Die laatste vormen een gevaar voor moeder en kitten. Daarnaast komen er vaak ook andere, pijnlijke, oogproblemen voor, zoals entropion (naar binnen krullend ooglid), problemen met het hoornvlies (corneasequester) en blindheid door PRA. Verder lijden Perzen aan cystenieren (PKD), wat leidt tot nierfalen en sterfte op jonge leeftijd. Het autosomale dominante PKD-gen (PKD-1) kan door middel van een DNA-test aangetoond worden, en deze DNA-test wordt gelukkig steeds vaker gedaan. Doordat de Pers vaak gebruikt is voor de opbouw of aanpassing van andere kattenrassen, zijn veel aandoeningen (zoals PKD) verspreid naar andere rassen.

Een verhoogd percentage dieren heeft bloedgroep B, waardoor de kans op een fatale afbraak van rode bloedcellen bij kittens (neonatale iso-erytrolyse) groot is. Het is dus verstandig om de bloedgroep van de ouderdieren te bepalen voordat men met de Pers gaat fokken.

Geschiedenis
Perzen zijn al lange tijd geliefd bij kattenliefhebbers en worden al sinds 1871 tentoongesteld op shows. Aan het begin van de twintigste eeuw werd de Pers extreem populair. In de loop der jaren werden de raskenmerken veranderd: de plattere neus en het extreme gezichtstype werden steeds belangrijker. 
Het ras bestaat zo’n 125 jaar. Voorgangers van de Pers en de Angora (langharige katten) werden al gezien in het midden van de zestiende eeuw.
De katten werden in Europa geïntroduceerd door de Romeinen en Fenicische karavanen uit Perzië (het huidige Iran) en Turkije. Uit documenten uit die tijd lijkt naar voren te komen dat het recessieve gen voor langhaar een spontane mutatie is geweest bij de kattenpopulatie, die leefde in de koude berggebieden in Perzië.

Vanwege de grote problemen met de Pers, is er een nieuw ras gefokt: de Doll Face Persian. Deze lijkt meer op de traditionele Pers. Dit nieuwe kattenras heeft een minder extreem uiterlijk, maar wel de lieve uitstraling.

Zeer hoog risico op erfelijke aandoeningen
Aantal bij dit ras bekende erfelijke aandoeningen: 21
DNA-testen beschikbaar
Tips & advies
Bronnen
Basaalceltumor (vorm van huidkanker) Diergeneeskundig memorandum, 2006 | Goldschmidt MH et al., 2000
Brachycephalie (kortschedeligheid) Schlueter C et al., 2009 | Stichting Overleg Platform van de Nederlandse Cat Fancy, 2002
Cataract (staar) Stades FC et al., 2007 | Stiles J et al. 2013
Corneasequester (oogaandoening) Featherstone HJ et al., 2004 | Gough A et al., 2010 | Kindler S, 1997 | Morgan RV, 1995 | Morgan RV, 2011 | Narfstrom K, 1999 | Rothuizen J, 2014 | Stades FC et al., 2007 | Stiles J et al. 2013 | Whelan N, 2014
Cryptorchidie (niet ingedaalde zaadbal) Goericke-Pesch S et al., 2013
Cutane asthenia (bindweefselaandoening) Testerink-Baas E, 2010
Diabetes mellitus (suikerziekte) Lederer R et al., 2009 | Ohlund M et al., 2015
Dystocia (moeilijke geboorte) Ekstrand C et al., 1994 | Gough A et al., 2010 | Gunn-Moore DA et al., 1995 | Holst BS et al., 2015
Entropion (naar binnen krullende oogleden) Gough A et al., 2010 | Narfstrom K et al., 2009 | White J et al., 2012 | Williams DL et al., 2009
Feline infectieuze peritonitis (FIP)(besmettelijke buikvliesontsteking) Egenvall A et al., 2009 | Foley JE et al., 1996 | Norris JM et al., 2005 | Rohrbach BW et al., 2001 | Taharaguchi S et al., 2012
Hereditaire congenitale doofheid (erfelijke aangeboren doofheid) Testerink-Baas E, 2010
Heupdysplasie (HD) (ontwikkelingsstoornis heup) Keller GG et al., 1999 | Little S, 2006 | Testerink-Baas E, 2010 | Wodecki JJ et al., 1996
Hypertrofische cardiomyopathie (HCM) (hartziekte door verdikte hartspier) Atkins CE, 2002 | Gough A et al., 2010 | Longeri M et al., 2013 | Trehiou-Sechi E et al., 2012
Lysosomal Storage Disease / a-mannosidose (stapelingsziekte/stofwisselingsziekte) Gough A et al., 2010
Neonatale iso-erytrolyse (afweerreactie tegen eigen rode bloedcellen) Forcada Y et al., 2007 | Giger U et al., 1991 | Gough A et al., 2010 | Knottenbelt CM et al., 1999 | Malik R et al., 2005 | Proverbio D et al., 2011
Peritoneopericardiale hernia diafragmatica (aangeboren versmelting van middenrif met het hartzakje) Gough A et al., 2010 | Neiger R, 1996 | Skrodzki M et al., 1998
Polycystic kidney disease (PKD) (cystenieren) Appleman et al., 2006 | Barthez PY et al., 2003 | Beck C et al., 2001 | Bonazzi M et al., 2007 | Cannon MJ et al., 2001 | Caressa Dierenziekenhuis, 2017 | Gough A et al., 2010 | Helps C et al., 2007 | Lee YJ et al., 2010 | Scalon MC et al., 2014 | Scherk, M., 2014 | Testerink-Baas E, 2010 | Wills SJ et al., 2009 | Young AE et al., 2005
Polycystic Liver Disease (PLD) (cystelever) Eaton KA et al., 1997 | Gough A et al., 2010
Progressieve retina atrofie (PRA) (voortschrijdende verslechtering van het netvlies) Alhaddad H et al., 2014 | Gough A et al., 2010 | LICG ,2013 | Rah H et al., 2006 | Stades FC et al., 2007 | Stichting Platform Verantwoord Huisdierenbezit, 2010
Schimmelinfectie (Dermatofytose) Cafarchia C et al., 2004 | Gough A et al., 2010 | Lewis DT et al., 1991 | Rothuizen J, 2014 | Scott D et al., 1990
Urolithiase (urinewegstenen/"blaasgruis") (Feline Lower Urinary Tract Disease) (FLUTD) Albasan H et al., 2012 | Bende B et al., 2015 | Cannon AB et al., 2007 | Gough A et al., 2010 | Houston DM, 2001 | Houston DM, 2016 | Houston DM et al., 2003 | Houston DM et al., 2009 | Kirk CA et al., 1995 | Lekcharoensuk C et al., 2000 | Lekcharoensuk C et al., 2001 | Thumchai R et al., 1996

Word nu donateur!

DONEER NU

Dierenrecht.nl
ANBI logo

© Copyright 2017 Dier&Recht