Feline infectieuze peritonitis (FIP)(besmettelijke buikvliesontsteking)

Categorie Overige aandoeningen
Ernst Zeer ernstig
Behandelbaarheid Slecht
Symptomen
Symptomen zijn afhankelijk van welke organen zijn aangetast, Geelzucht, Veel plassen, Veel drinken, Uitdroging, Groeiachterstand, Dikke buik (door vochtophoping), Vermageren, Sloomheid, Slecht eten, Benauwdheid (met open bek ademen)
DNA-test beschikbaar? Nee

Beschrijving

FIP is een ernstige ziekte bij katten die wordt veroorzaakt door een veelvoorkomend diarreevirus (het coronavirus). Het coronavirus is op zich niet gevaarlijk voor de kat: na een dagje diarree zijn de meeste katten er verder niet ziek van. Het immuunsysteem verwijdert het virus weer uit het lichaam.

Bij enkele katten verandert de onschuldige darmvorm van het virus echter in een kwaadaardige variant die ontstekingen elders in het lichaam veroorzaakt. Deze ziekte noemen we FIP (Feline Infectieuze Peritonitis, besmettelijke buikvliesontsteking van de kat). Deze ziekte is wel ernstig.

Bij de natte vorm van FIP staat er veel vocht in de buikholte van de kat. Ook het borstvlies kan ontstoken zijn: er staat dan vocht in de borstkas. Symptomen zijn: benauwdheid, bolle buik, vermageren en slecht eten.

Bij de droge vorm van FIP worden er organen aangetast zoals de lever, de nieren, de darmen, de hersenen of het ruggenmerg. Welke symptomen er optreden, hangt af van welke organen er zijn aangetast. Symptomen kunnen zijn: vermageren, slecht eten, geelzucht (leveraantasting), gedragsveranderingen (hersenaantasting), troebele ogen (oogaantasting), veel drinken en veel plassen(nieraantasting)

Sommige dieren hebben een mengvorm: nat en droog..

Elke kat kan de pech hebben om FIP te krijgen. Bij de hieronder genoemde raskatten wordt FIP veel vaker gezien dan bij niet-raskatten. Katten die in een huis wonen met zes of meer andere katten, hebben een verhoogde kans op het ontwikkelen van FIP. 90 procent van de katten met FIP is minder dan een jaar oud. De overige 10 procent is vaak ouder dan tien jaar.

De basis voor het ontwikkelen van FIP is een virusinfectie. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt een erfelijk verhoogde gevoeligheid bij raskatten, waarschijnlijk is de genetische basis hiervoor gelegen in het imuunsysteem. Als er FIP voorkomt in een cattery dan wordt fokken met deze oudercombinatie afgeraden door het stamboek en door virologen, bovenop de algemeen geldende hygiëne maatregelen.

Diagnose

De diagnose is niet eenvoudig te stellen en wordt niet altijd bij leven gesteld. Als er bij een buik- of borstpunctie door de dierenarts geel draden-trekkend vocht wordt gevonden, is die kans heel groot dat het om FIP gaat. Onderstaand schema geeft de stappen aan om tot diagnose te komen.

Bewijzende diagnostiek

Het FIP virus kan worden aangetoond met een zogenaamde “immunofluorescentietest op macrofagen” (in borst-/buikvocht, bij de natte vorm) of “immunohistochemie” in weefselmonsters (bij de droge vorm).
Als deze testen negatief uitvallen, is FIP nog steeds niet uitgesloten.
Onderzoek van het lichaam na de dood.

Ondersteunende diagnostiek

Sommige katten hebben bloedarmoede.
Een verhoogd eiwitgehalte in het bloed (gamma-globulinen).
Een hoog eiwitgehalte in het buikvocht of in het vocht uit de borstholte.
Het vocht bevat nauwelijks cellen.

Behandeling

De behandeling bestaat uit ondersteunende medicatie. De aandoening is niet te genezen. Meestal sterft de kat binnen enkele weken tot maanden na de diagnose, vaak wordt er voor euthansie gekozen.

Maine Coon Club, (2017), Algemene beschrijvingen van erfelijke aandoeningen, beschikbaar via: http://rasclubmainecoon.org/de-maine-coon/gezondheid/hd-2/hd/
Bell, E.T., Toribio, J., White, J.D., Malik, R., Norris, J.M., (2006), Seroprevalence study of Feline Coronavirus in owned and feral cats in Sydney, Australia, Australian Veterinary Journal, volume 84, nummer 3, p.74-81.
Egenvall, A., Nodtvedt, A., Haggstrom, J., Strom Holst, B., Moller, L., Bonnett, B.N., (2009), Mortality of Life-Insured Swedish Cats during 1999-2006: Age, Breed, Sex and Diagnosis, Journal of Veterinary Internal Medicine, volume 23, p.1175-1183.
Foley, J.E., Pedersen, N.C., The inheritance of susceptibility to feline infectious peritonitis in purebred catteries, Feline Practice, volume 24, nummer 1, p.14-22.
Golovko, L., Lyons, L.A., Liu, H., Sorensen, A., Wehnert, S., Pedersen, N.C., (2012), Genetic susceptibility to feline infectious peritonitis in Birman cats, Virus Research, volume 175, p.58-63.
Gough, A., Thomas, A., (2010), Breed Predispositions to Disease in Dogs and Cats, 2nd edition, Blackwell's Publishing Ltd.
Norris, J.M., Bosward, K.L., White, J.D., Baral, R.M., Catt, M.J., Malik, R., (2005), Clinicopathological findings associated with feline infectious peritonitis in Sydney, Australia: 42 cases (1990-2002), Australian Veterinary Journal, volume 83, nummer 11, p. 666-673.
Pesteanu-Somogyi, L.D., Radzai, C., Pressler, B.M., (2006), Prevalence of feline infectious peritonitis in specific cat breeds, Journal of Feline Medicine and Surgery, volume 8, p.1-5.
Rohrbach, B.W., Legendre, A.M., Baldwin, C.A., Lein, D.H., Reed, W.M., Wilson, R.B., (2001), Epidemiology of feline infectious peritonitis among cats examined at veterinary medical teaching hospitals, Journal of the American Veterinary Medical Association, volume 218, nummer 7, p.1111-1115.
Taharaguchi, S., Soma, T., Hara, M., (2012), Prevalence of Feline Coronavirus Antibodies in Japanese Domestic Cats during the Past Decade, Journal of Veterinary Medical Science, volume 74, nummer 10, p.1355-1358.
Worthing, K.A., Wigney, D.I., Dhand, N.K., Fawcett, A., McDonagh, P., Malik, R., Norris, J.M., (2012), Risk factors for feline infectious peritonitis in Australian cats, Journal of Feline Medicine and Surgery, volume 14, nummer 6, p.405-412.
Dierenrecht.nl
ANBI logo

© Copyright 2017 Dier&Recht